D’r Sjweëgelsöpper.



Mensen krijgen vaak een bijnaam. Zo’n naam wordt vaak afgeleid van bijzondere kenmerken of eigenschappen. De bewoners van de kern Nieuwenhagen hebben sinds jaar en dag eveneens een bijnaam. “Sjweëgelsöpper” worden ze genoemd.Deze naam hebben de inwoners te danken aan het feit dat door een beroepsgroep uit vroegere jaren lucifers werden vervaardigd en verhandeld.

Sjweëgel = lucifer en söppen = soppen dopen.


Uit oude geschriften en kronieken kunnen wij vaak nog interessante gegevens achterhalen. Zo ook over het `sjweëgelsöppen` Pastoor Dyonisius Penners (1792 – 1803) schreef toen in de kroniek van heerlen

Dat er in Nieuwehagen nogal wat kooplieden waren. Met allerlei koopwaren trokken zij door het land en over de grenzen. We lezen dat de allerarmsten op hun tochten door het land vanuit `s Hertogenbosch en omgeving met kruiwagens vol lange, dunne hennipstengels terugkwamen. Thuis werden daarvan dan lucifers gemaakt. Al ventend langs de deur probeerde men vervolgens de lucifers te verkopen. Mannen, vrouwen en zelfs kinderen werden ingeschakeld om zo te voorzien in het levensonderhoud.


De Vervaardiging.


Het vervaardigen van de lucifers gebeurde veelal gedurende de winterperiode. Van de dunne hennipstengels werden kleine stokjes afgesneden. Vervolgens werden ze in een bruin/geelachtige zwaveloplossing ` gesöpt` (gedoopt). Na `t drogen werden de `sjweëgele` (lucifers) gebundeld.

Nu waren zij klaar voor de verkoop gedurende de zomermaanden.


In oude brandvoorschriften wordt overigens al gewezen op het aanwezige gevaar van hennip en zwavel.

In het brandweerregelent.van nieuwehagen uit 1852 staat o.a.:` Ter voorkoming of blussing van brand wordt het volgende goed gevonden en verstaan: Gene phosforus zwavelstokjes mogen voorhanden zijn in plaatsen waar zich ligt, vuurvattende goederen bevinden, noch ook in stallen, schuren, zolders,enz.

Noch zich in huizen bevinden alwaar kinders zijn, dan in een afgesloten huis ofwel zulke plaatsen dat de kinders des halve onmogelijk kunnen bereiken`


Zo is de naam Sjweëgelsöpper ontstaan. De gebruikte schrijfwijze duidt zowel op het enkelvoud als het meervoud.


Initiatief

Een aantal jaar geleden opperde voormalig gemeenteraadslid Jan Bonten het idee om op basis van die oude historische feiten een kunstwerk te realiseren dat ook in de gebruiken rondom carnaval een functie zou krijgen. In Schaesberg kennen de carnavalisten de `Bok` als carnavalssymbool. In de groenstraat is dat een `Geet` in het Lauradorp `d`r Sjteeuul` en in Rimburg de `Wespel` Rondom deze symbolen krijgt carnaval een plaats in de gemeenschap. De Sjweëgelsöpper wilden ook zo`n symbool. Uitgaande van de historische gegevens werd in 1994 een eerste aanzet daartoe gegeven, Nu in 1998 bij de opening van het Carnavalsseizoen gaat een lang gekoesterde wens van veel rasechte Nieuwenhagenaren in vervulling. De realisatie vaan een beeld waarin niet alleen een verwijzing naar het verleden wordt verzinnebeeld, maar ook naar ‘CV Ieëre Road De Sjweëgelsöpper’. Bovendien wordt zo-doende een nieuwe loot toegevoegd aan de beel-den in Landgraaf. Op advies van de kunstenaar Pierre Lumey uit Wittem de opdracht te vervaardigen van een kunstwerk met als titel ‘d’r Sjweëgelsöpper’. Het moest een kunstwerk worden met figuratieve herkenbare elementen maar het diende ook te passen binnen het gemeentelijke beleid waarbij aandacht gevraagd wordt voor een sterke kunstzinnige uitdrukkingsvorm.



Het Beeld

De Grote vorm geeft een mensenhoofd weer voorzien vaan een (carnavals)steek. De Kunstenaar gaat daarbij uit van de suggestie dat, dat vroeger een papieren muts geweest moet zijn. Vandaar ook de vormgeving in gekreukt papier.

De ‘floeës of d’r tsoepf’ die aan de steek hangt is in dit geval een lucifer. Door het ‘ja-knikken’ wordt de suggestie gewekt dat de lucifer in een pot met zwavel wrordt gesopt.


Het gezicht is een karikatuur, nar-figuur met open, lachende mond. De ronde vorm in de top van het beeld is een half leeggelopen ballon in de wind. Een ballon die al drie dagen tijdens de optocht, op de pronkwagen en bij feestzittingen haar dienst heeft bewezen. In zijn totale vorm helt het beeld enigszins voorover, een verwijzing naar het ‘glaasje op’. Het beeld is gegoten in brons en geplaatst op een speciaal daarvoor aangelegd pleintje midden in de kern Nieuwenhagen aan de Hoogstraat tegenover de kerk. Op 14 november 1998 enkele dagen na de  officiële opening van het carnavalsseizoen, werd het kunstwerk in het bijzijn van carnavalisten waaronder stadsprins Alex I, burgers en notabelen feestelijk onthuld. In de toekomst zal het beeld jaarlijks worden betrokken bij de viering rondom carnaval in Nieuwenhagen. Het kunstwerk krijgt zo een functie binnen de gemeenschap.



Van historie naar de carnaval,

Carnaval verenigt vaak historie van een plaats met specifieke tradities. Zo is de oorsprong van de huidige carnavalsvereniging de Sjweëgelsöpper terug te voeren naar 1948. Toen werd CV De Schans opgericht. In 1950 trok de eerste optocht. Die mocht niet over Nieuwenhaags gebied trekken omdat daar CV de Sjweëgelsöpper actief was. Een eerste fusiepoging in 1965 mislukte. In 1975 werd op verzoek van toenmalig burgemeester Meyer carnaval in Nieuwenhagen grootser aangepakt. Dat moest ooktot uiting komen in de naam. Hieruit volgde de oprichting van Groeët Neuehage. Aan deze vereniging werd een Ieëre Road gekoppeld. Deze ijverde toen al voor de organisatie van één optocht voor Schaesberg en Nieuwenhagen. Een eerste poging daartoe in 1976 was geen succes. De Ieëre Road organiseerde een aantal activiteiten en ging zich steeds zelfstandiger opstellen. Dat leide in 1982 uiteindelijk tot de oprichting van ‘CV Ieëre Road de Sjweëgelsöpper’. Een carnavals vereniging die momenteel een grote bloeiperiode doormaakt.

In 1995 kreeg de vereniging haar eigen sjlaager geschreven en gecomponeerd door May en Jo Quaedflieg “Doe bis mie Sjweëgelsöpperke’ is vanaf dat moment vast onderdeel gaan uitmaken van de pronkzittingen van de vereniging.


Het refrein van dat liedje luidt:


Doe bis mie Sjweëgelsöpperke, zint vier gee richtig köppelke?

Dat vroog ich mich aaf, wie vier os de ieëtsjte kieër zooge.

Doe bis mie Sjweëgelsöpperke zint vier gee richtig köppelke?

Kiek ins noa mich, ich kiek dic soeë geer in de oge.

Vier hüre bijee wie de getröät en gezank!

Vier hüre bijee wie de tieëk en d’r drank.

Doe bis mie Sjweëgelsöpperke; doe bis mie Sjweëgelsöpperke;

Durch dich sjtoan ich va onge bis oave i brank!

Ja, ja durch dich sjtoan ich va onge bis oave I brank !



Home

Evenementen
Prins Roger  
Jeugd prins
Leden 
Jeugdleden Dansende Leden
Oud Prinsen
Oud jeugd prinsen
Raad Van Elf
Bestuur
Historie

Lid worden?
Foto’s
Media
   Sponsoren
   Contactgegevens
   Links


























































































































































Carnavalsverein_Ieere_Road_de_Sjweegelsoppers.htmlevenementen3.htmlhuidigeprins.htmljeugdprins.htmlleden.htmljeugdleden.htmldans.htmlOudprinsen.htmlOudjeugdprinsen.htmlraadvanelf.htmlbestuur.htmlhistorie.htmllidworden.htmlfotos.htmlmedia.htmlsponsoren.htmlContactgegevens.htmllinks.htmlshapeimage_6_link_0shapeimage_6_link_1shapeimage_6_link_2shapeimage_6_link_3shapeimage_6_link_4shapeimage_6_link_5shapeimage_6_link_6shapeimage_6_link_7shapeimage_6_link_8shapeimage_6_link_9shapeimage_6_link_10shapeimage_6_link_11shapeimage_6_link_12shapeimage_6_link_13shapeimage_6_link_14shapeimage_6_link_15shapeimage_6_link_16shapeimage_6_link_17